Intra-uteriene anticonceptie: koperspiraaltjes

 

Gebruik -in de risicogroep*- bij pil en spiraal óók condooms ter voorkoming van SOA's, HIV en AIDS !!!

 

Inleiding | Hoe werkt het? | Wat merk je ervan? | Hoe zit het nou met die ontstekingen?  | Wanneer inbrengen? | Hoe lang kan een spiraaltje blijven zitten? | Welke koper spiraaltjes zijn er? | Nog geen kinderen: toch een spiraaltje? | Overzicht en kenmerken | NHG-standaard en NVOG-richtlijnen

 

Inleiding

Door het inbrengen van een “spiraaltje” wordt het ontstaan van zwangerschap voorkómen. De naam spiraaltje is afgeleid van een van de eerste intra-uteriene voorbehoedmiddelen: de Margulies coil, gemaakt van plastic, dat de vorm had van een spiraal. Alhoewel de vorm van de intra-uteriene voorbehoedmiddelen geenszins meer lijkt op een spiraal wordt deze naam nog steeds gebruikt voor alle intra-uteriene middelen. Aan het plastic is koper toegevoegd waardoor de anticonceptieve werking wordt verbeterd. Bij de Mirena is het koper vervangen door een hormoonafgevend systeem. Meer informatie over dit systeem is te vinden op de pagina over Mirena. Deze pagina gaat alleen over de koperspiraaltjes, die momenteel in Nederland verkrijgbaar zijn.

Hoe werkt het?

Koper zorgt voor de anticonceptieve werking van een spiraaltje. De belangrijkste werking van het koper is de werking op de zaadcel: het koper verandert de zaadcel zodanig, dat deze niet meer in staat is een rijpe eicel te bevruchten. Wordt een spiraaltje ingebracht binnen 5 dagen na een mogelijke bevruchting als morning after spiraal dan verhindert het koper, dat een embryo zich in de baarmoeder kan innestelen door veranderingen van het baarmoederslijmvlies.

Wat merk je ervan?

Bij gebruik van koperspiraaltjes blijft de normale maandelijkse cyclus behouden. Er is een normale eisprong en de hormonale regulering van de cyclus verandert niet. De maandelijkse hoeveelheid bloedverlies neemt iets toe tot 40 à 50 ml per cyclus. De normale hoeveelheid bloedverlies tijdens de menstruatie zonder gebruik van het spiraaltje en zonder pilgebruik bedraagt 30 à 40 ml. Bij gebruik van het spiraaltje is ook de duur van de maandelijkse bloeding iets verlengd. Bedraagt deze doorgaans 4-6 dagen, bij een spiraaltje duurt de maandelijkse bloeding één tot twee dagen langer, vooral door een “aanloop” van één of twee dagen, voordat de menstruatie echt begint. Doordat alleen het koper belangrijk is voor de werking zijn de moderne spiraaltjes aanzienlijk kleiner dan de vroeger gebruikte spiraaltjes zonder koper.

Hoe zit het nou met die ontstekingen?

Spiraaltjes hebben in het verleden een slechte naam gekregen doordat dit middel verantwoordelijk werd geacht voor het ontstaan van ontstekingen aan baarmoeder, eileiders en eierstokken, met als gevolg een negatieve invloed op de latere vruchtbaarheid. Gedegen onderzoek heeft echter aangetoond dat bij gebruik van het spiraaltje de kans op het ontstaan van ontstekingen niet verhoogd is, gerekend vanaf 3 weken na inbrengen van het spiraal. Gedurende de eerste drie weken na inbrengen is er wèl een licht verhoogde kans op het ontstaan van een ontsteking.  Door zorgvuldige selectie van de gebruikster en door een zorgvuldige en correcte inbrengprocedure is deze kans echter tot nagenoeg nul terug te brengen. Voordat een spiraaltje wordt ingebracht dient met zekerheid te worden vastgesteld of er op het moment van inbrengen geen ontsteking bestaat. Dit kan door een simpel onderzoek. Bij verdenking op het bestaan van een ontsteking kan het onderzoek worden uitgebreid door kweken uit de baarmoederhals af te nemen voor onderzoek op het bestaan van SOA.

Het ontstaan van ontstekingen hangt niet zozeer af van de gebruikte methode van anticonceptie, maar meer van het seksuele gedrag. De kans op het krijgen van een infectie is verhoogd op jonge leeftijd, bij wisselende seksuele contacten of indien de partner wisselende seksuele contacten heeft.. In dat geval is het gebruik van een condoom ter voorkoming van seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA's) noodzakelijk in aanvulling op de toegepaste vorm van anticonceptie, zowel bij gebruik van een spiraaltje alsook bij pilgebruik.

Wanneer inbrengen?

Het beste moment om een spiraaltje in te brengen is tijdens de tweede of derde dag van de menstruatie. De binnenste baarmoedermond staat dan nog een beetje open. Ook is er dan zeker geen sprake van een zwangerschap. Bovendien is de meestal lichte bloeding, die tijdens het inbrengen ontstaat dan niet extra hinderlijk. Om niet al te veel te voelen van het inbrengen kan ongeveer een uur tevoren een pijnstiller, bij voorkeur een zgn. NSAID als Ibrupofen of Naproxen worden ingenomen. Hoe een spiraaltje moet worden ingebracht is afhankelijk van het soort spiraaltje. De specifieke inbrengtechnieken staan voor de in Nederland verkrijgbare spiraaltjes elders op de website beschreven bij de insertietechnieken.

Hoe lang kan een spiraaltje blijven zitten?

Alle momenteel gebruikte koperspiraaltjes kunnen tenminste 5 jaar blijven zitten. Als er geen klachten van het spiraaltje zijn dan kan in overleg met de huisarts of gynaecoloog besloten worden om het spiraaltje nog niet te vervangen. Bedenk echter wel, dat geen enkel spiraaltje officieel is toegelaten voor een periode langer dan 5 jaar.

Welke koper spiraaltjes zijn er?  

   a        b           c            d            e        f    g        h

In Nederland is de Multiload Cu 375 het meest gebruikte moderne koperhoudend spiraaltje. Er is een standaard model (b) en een model met een korter stammetje: de Multiload Cu 375 SL (a). Daarnaast zijn verkrijgbaar de Flexi-T 300 (c),  de Flexi-T + (plus) 300 (d), de Flexi-T + (plus) 380 (e), de T-Safe Cu 380 A (h) en het koperimplantaat Gynefix 220 (f). De Gynefix 330 (g) is uitsluitend in België verkrijgbaar. De T-Safe Cu 380 A wordt in Nederland geleverd als T-Safe Cu 380A QL (Quick Load). Dit staat voor een vereenvoudigd insertiesysteem. Klik hier voor een foto van de T-Safe Cu 380A QL (Quick Load) voorgeladen in het insertiesysteem.

Nog geen kinderen: toch een spiraaltje?

Ook voor vrouwen, die (nog) geen kinderen hebben is een koperspiraaltje een goed alternatief voor de pil. Het geeft een doorlopende bescherming tegen zwangerschap zonder er iedere dag aan te hoeven denken. De Flexi-T 300, de Multiload Cu 375 SL, en de Gynefix zijn geschikt voor toepassing bij vrouwen, die nog geen kinderen hebben gehad. 

Overzicht en kenmerken

Type

Lengte Breedte Koperoppervlak Frame Verblijfsduur
Flexi-T 300 28 mm 23 mm 300 mm² PE* + BS** 5 jaar
Flexi-T+ 300 31 mm 28 mm 300 mm² PE* + BS** 5 jaar
Flexi-T+ 380 32 mm 28 mm 380 mm² PE* + BS** 5 jaar
Gynefix 220 20 mm 2,2 mm 220 mm² ontbreekt 5 jaar
Multiload Cu 375 35 mm 20 mm 375 mm² PE* + BS** 5 jaar
Multiload Cu 375 SL 29 mm 20 mm 375 mm² PE* + BS** 5 jaar
T-Safe Cu 380A QL 36 mm 32 mm 380 mm² PE* + BS** 10 jaar

*PE: polyethyleen; **BS: bariumsulfaat toegevoegd voor röntgenherkenning

Overzicht betrouwbaarheid intrauteriene methoden anticonceptie

Richtlijn nr.41  NVOG: intra-uteriene anticonceptie

Richtlijn nr.42  NVOG: progestageen-anticonceptie

NHG standaard M02: Anticonceptie

*Verhoogd risico op SOA indien jonger dan 25 jaar; indien wisselende seksuele partners (of een partner met wisselende contacten); indien een nieuwe relatie korter bestaat dan 3 maanden en één of beide had tevoren een andere seksuele relatie: laat na 3 maanden bij huisarts of GGD testen op doorgemaakte SOA en/of AIDS alvorens geen condoom meer te gebruiken.

Deze pagina werd voor het laatst bijgewerkt op 3 mei 2012

home copyright disclaimer privacy