Anticonceptie bij neurologische aandoeningen

Hoofdpijn | Geen migraine | Migraine | Epilepsie

Hoofdpijn

De indeling bij hoofdpijn hangt af van een correcte diagnose, waarbij vooral bij hevige hoofdpijn gekeken moet worden of hier al dan niet sprake is van migraine. De gebruikte indeling is alleen van toepassing voor vrouwen zonder aanvullende risicofactoren, die leiden tot een verhoogde kans op cerebrovasculaire accidenten (CVA). De kans op CVA neemt toe bij hogere leeftijd, hypertensie en het roken van sigaretten. Vooral bij vrouwen met migraine in combinatie met focale neurologische verschijnselen is het risico op CVA verhoogd. Gebruiken vrouwen met migraine, die gepaard gaat met focale neurologische symptomen ook nog de combinatiepil, anticonceptiering of anticonceptiepleister dan is het risico op CVA 2 - 4 keer zo hoog dan bij vrouwen, die geen van deze middelen gebruiken.

  1. Matige tot hevige hoofdpijn (geen migraine) Als regel geen bezwaar tegen het voorschrijven van combinatiepil, anticonceptiering, anticonceptiepleister, minipil, prikpil, subdermaal implantaat Implanon, koperhoudende spiraaltjes en Mirena: cat.1. Bij het ontstaan van hoofdpijn tijdens het gebruik van combinatiepil, anticonceptiering of anticonceptiepleister wordt de indeling gewijzigd naar cat.2: de voordelen van deze middelen zijn dan echter nog steeds groter dan de nadelen, mits er geen aanvullende risicofactoren op het ontstaan van CVA aanwezig zijn, zoals hierboven beschreven.

  1. Migraine

     

    1. geen focale neurologische symptomen

      leeftijd < 35 jaar:   Zowel het gebruik van combinatiepil, anticonceptiering, anticonceptiepleister, prikpil, subdermaal implantaat Implanon en Mirena zijn toegestaan onder voorbehoud van regelmatige medische controles: cat.2. De minipil kan zonder bezwaar worden voorgeschreven: cat.1. Ontstaan de klachten tijdens het gebruik van de combinatiepil, anticonceptiering of anticonceptiepleister dan is categorie 3 van toepassing. De minipil wordt dan ingedeeld in categorie 2. Prikpil, subdermaal implantaat Implanon en Mirena blijven cat.2. Voor koperhoudende spiraaltjes zijn er geen beperkingen: cat.1. 

      leeftijd > 35 jaar:    Beter is niet met de combinatiepil, anticonceptiering of anticonceptiepleister te beginnen: cat.3. Indien de verschijnselen tijdens het gebruik van de combinatiepil, anticonceptiering of anticonceptiepleister ontstaan of verergeren dan dient zeker een andere vorm van anticonceptie de voorkeur: cat.4. Voor minipil, prikpil, subdermaal implantaat Implanon, Mirena en koperhoudende spiraaltjes worden dezelfde adviezen gebruikt als hierboven genoemd bij een leeftijd < 35 jaar.

       

    2. met focale neurologische symptomen (ongeacht de leeftijd)

      De combinatiepil, anticonceptiering en anticonceptiepleister wordt zowel bij starters als bij vrouwen, waar de klachten tijdens pilgebruik ontstaan ontraden: cat.4. Bij reeds bestaande migraine met focale symptomen worden minipil, prikpil, subdermaal implantaat Implanon en Mirena ingedeeld in cat.2. Ontstaan de klachten tijdens het gebruik van deze methoden dan vindt indeling plaats in categorie 3 en zijn dus de nadelen van het voortzetten van bedoelde middelen groter dan de voordelen. Koperhoudende spiraaltjes kunnen probleemloos worden voorgeschreven: cat.1.

Epilepsie

Alle methoden van anticonceptie, zowel de hormonale als de intra-uteriene methoden, zijn toegestaan en ingedeeld incat.1. Worden echter medicijnen gebruikt i.v.m. de epilepsie dan gelden voor het gebruik van hormonale methoden bij het gebruik van sommige anti-epileptica andere indelingen: zie: geneesmiddeleninteractie.

(terug naar groepsindeling)

home copyright disclaimer privacy